Begrippen en regels

Hieronder per begrip/onderwerp een toelichting

Begrippenlijst

Algemene nabestaandenwet. Het recht op een Anw-uitkering (met uitzondering van de uitkering voor wezen) is afhankelijk van leeftijd, gezinssamenstelling en mate van arbeids(on)geschiktheid van de nabestaande. Ook is het eventueel eigen inkomen van invloed op de hoogte van de Anw-uitkering. De Anw-uitkering eindigt op de AOWgerechtigde leeftijd. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) betaalt deze uitkering. Zie voor meer informatie www.svb.nlof www.rijksoverheid.nl.

Algemene Ouderdomswet. De uitkering gaat in op de dag dat de verzekerde AOW gerechtigd wordt en duurt tot aan de laatste dag van de maand waarin de verzekerde overlijdt. De hoogte van het AOW-pensioen is afhankelijk van de burgerlijke staat en de gezinssituatie van de verzekerde. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) betaalt deze uitkering. Zie voor meer informatie www.svb.nl of www.rijksoverheid.nl.

Een werknemer die 21 jaar of ouder is en werkt bij een werkgever die aangesloten is bij het pensioenfonds.

Deeltijd factor is de verhouding tussen het aantal uren dat u per week werkt en de volledige arbeidstijd.

Dit is het deel van het salaris waarover u geen pensioen opbouwt omdat u later een AOW-uitkering ontvangt. De hoogte van de franchise is afgeleid van de hoogte van de AOW-uitkering. Het ouderdomspensioen is namelijk een aanvulling op de AOW-uitkering.

De op een bepaald moment opgebouwde aanspraken op basis van het pensioenreglement.

Het pensioen dat u na uw pensionering levenslang ontvangt.

Het nabestaandenpensioen bestaat uit het partnerpensioen en het wezenpensioen.

Het pensioen dat uw partner ontvangt na uw overlijden.

De datum waarop uw ouderdomspensioen reglementair tot uitkering komt.

Twaalf maal het vaste maandsalaris en het salaris over de extra gewerkte uren (tot een maximum deeltijd factor van 100%) inclusief vakantietoeslag en eventuele dertiende maand en tot het wettelijk vastgestelde maximum.

Het deel van uw pensioengevend jaarsalaris waarover u pensioen opbouwt. Dit is het pensioengevend jaarsalaris minus de franchise die geldt voor dat jaar.

Het percentage waarmee de consumentenprijsindex (cpi) alle huishoudens op 1 oktober van het voorafgaande kalenderjaar is gestegen ten opzichte van de consumentenprijsindex op 1 oktober van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.

Het pensioen dat uw kind(eren) ontvang(t)(en) na uw overlijden.

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. De WIA bestaat uit twee regelingen, afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid: 1. IVA (Regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten) 2. WGA (Regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten). Deze wet geldt voor deelnemers die op of na 1 januari 2004 ziek zijn geworden. Deelnemers die voor 1 januari 2004 ziek zijn geworden blijven onder de oude WAO vallen. Zie voor meer informatie www.uwv.nl