Pensioenkalender

De gevolgen van uw pensioen per levensgebeurtenis

Pensioenkalender - Wat als u...

Zodra u in dienst treedt en 21 jaar of ouder bent, wordt u deelnemer aan de pensioenregeling van Sportfondsen. Als u bij indiensttreding jonger dan 21 jaar bent, wordt u deelnemer in de maand dat u de 21-jarige leeftijd bereikt. Tot dat moment bouwt u nog geen ouderdomspensioen op. Bovendien ontvangt uw partner geen partnerpensioen en uw kind(eren) geen wezenpensioen als u overlijdt. 

Als u deelnemer wordt, meldt de werkgever u aan bij de Stichting Sportfondsen Pensioenfonds (SSP). Hier hoeft u zelf niets voor te doen. U ontvangt dan binnen 3 maanden meer informatie van SSP: 

Inkomende waardeoverdracht
Als u bij een bij Sporfondsen Pensioenfonds aangesloten  onderneming komt werken, dan stopt de pensioenopbouw bij uw oude werkgever en wordt u deelnemer aan de pensioenregeling van Sportfondsen. U kunt ervoor kiezen om de pensioenaanspraken die u heeft opgebouwd bij uw voormalige werkgever(s), over te dragen naar het Sportfondsen Pensioenfonds. U krijgt hiervoor dan pensioenaanspraken in de pensioenregeling van Sportfondsen. Dit heet voor het Sportfondsen Pensioenfonds een inkomende waardeoverdracht. In de paragraaf Waardeoverdracht aanvragen wordt de procedure bij waardeoverdracht toegelicht.

Wel of geen waardeoverdracht
Een praktisch voordeel van waardeoverdracht is dat uw pensioenaanspraken bij één pensioenuitvoerder worden ondergebracht. Dit is voor uzelf overzichtelijker en u krijgt uiteindelijk maar van één pensioenuitvoerder pensioen uitbetaald. Waardeoverdracht kan ook nadelig zijn. Het is belangrijk om te weten hoe de pensioenregeling van de nieuwe werkgever er uit ziet voordat u besluit tot waardeoverdracht. Informatie over het karakter van de regeling en de waardevastheid van uw opgebouwde pensioenrechten is daarbij belangrijk. Meer informatie kunt u opvragen bij het pensioenfonds of uw nieuwe pensioenuitvoerder.

Waardeoverdracht aanvragen
Nadat u in dienst bent getreden bij uw nieuwe werkgever kunt u bij uw nieuwe pensioenuitvoerder een verzoek tot waardeoverdracht indienen. Op dat moment zal de procedure tot waardeoverdracht in gang worden gezet. Uw nieuwe pensioenuitvoerder vraagt een opgave van uw opgebouwde pensioenaanspraken bij uw oude pensioenuitvoerder. Aan de hand daarvan zal de nieuwe pensioenuitvoerder u een offerte voor de waardeoverdracht toesturen. Als u en uw eventuele partner met de offerte instemmen, dan wordt de waardeoverdracht afgerond.

U ontvangt jaarlijks automatisch een pensioenopgave (Uniform Pensioenoverzicht) van SSP. Hierin staat het volgende: Hoeveel ouderdomspensioen u al heeft opgebouwd tot het einde van het vorige kalenderjaar. Toeslagverlening: of het opgebouwde pensioen verhoogd is om te voorkomen dat het minder waard wordt als gevolg van inflatie (prijsstijgingen).

Als u gaat trouwen of een geregistreerd partnerschap sluit, hoeft u het pensioenfonds hierover niet te informeren. SSP beschikt namelijk over deze informatie omdat het toegang heeft tot de Basisregistratie Personen (BRP).

Ook in het geval u met een partner gaat samenwonen, valt dit onder de voorwaarden voor het partnerpensioen en het wezenpensioen. Wel moet het samenwonen dan al meer dan 5 jaar onafgebroken bestaan, of minimaal een half jaar met een notarieel verleden samenlevingscontract.

Als u samenwoont met een samenlevingscontract, stuur dan een kopie van het contract per email naar Appel Pensioenuitvoering (zie het emailadres onder “Contact”). Bij beëindiging van het samenleven volstaat een melding aan Appel als de officiële einddatum ook de datum is waarop u niet meer op hetzelfde adres woont. In alle andere gevallen is een kopie van de akte waaruit blijkt wat de einddatum van het contract is nodig.

Klik hier voor meer informatie over partnerpensioen en wezenpensioen.

Als u gaat scheiden, of uw (geregistreerd) partnerschap beëindigt, heeft uw ex-partner recht op een deel van het ouderdomspensioen, en mogelijk ook op partnerpensioen dat voor 2010 is opgebouwd. Dit is ook van toepassing bij een scheiding na de pensioendatum. 

Verdeling van uw pensioen
Degene met wie u getrouwd was of met wie u een (geregistreerd) partnerschap bent aangegaan, heeft na uw pensionering een wettelijk recht op uitbetaling van de helft van het ouderdomspensioen dat is opgebouwd tijdens de periode van het huwelijk of geregistreerd partnerschap. Dit wordt verevening genoemd. Mogelijk heeft u in uw huwelijkse of partnerschapsvoorwaarden of in het scheidingsconvenant een andere verdeling afgesproken. In dat geval gelden die afspraken.

Als u overlijdt, heeft uw ex-partner ook recht op een deel van het partnerpensioen. Het deel van het partnerpensioen waarop uw ex-partner recht heeft, wordt het bijzonder partnerpensioen genoemd. Dit geldt alleen als u voor 2010 al deelnemer was aan de pensioenregeling van Sportfondsen of ouderdomspensioen heeft uitgeruild voor een partnerpensioen (zie tevens Toeslagen en keuzemogelijkheden). Voor het partnerpensioen dat op risicobasis is verzekerd, geldt dit niet.

Uw ex-partner kan een verzoek indienen om deze aanspraken op pensioen om te zetten naar een ouderdomspensioen op het eigen leven. Dit kan echter alleen als u hiermee instemt. 

Wat moet u doen?
U meldt de scheiding zelf bij Appel Pensioenuitvoering. Dit kunt u doen tot twee jaar na de datum van scheiding of beëindiging van het geregistreerd partnerschap. Het formulier hiervoor is verkrijgbaar bij uw echtscheidingsadvocaat.  Als bij de scheiding een andere verdeling van de pensioenen is afgesproken dan wettelijk is geregeld, dan moet het pensioenfonds of Appel daarvan op de hoogte worden gesteld.

Consequenties voor uw pensioensituatie
Van Appel ontvangt u na melding van uw scheiding een overzicht van de consequenties voor uw pensioensituatie. Ook uw ex-partner ontvangt informatie van Appel, omdat hij of zij aanspraak krijgt op een deel van uw pensioen en mogelijk op bijzonder partnerpensioen. Iedere vijf jaar ontvangt uw ex-partner van Appel: een opgave van de opgebouwde aanspraak op partnerpensioen informatie over de toeslagverlening.

Aan deze situatie verandert niets als u opnieuw trouwt: uw ex-partner houdt het recht op zijn of haar deel.

De opbouw van uw pensioen verandert op het moment dat u arbeidsongeschikt wordt. Vanaf het moment dat u een WIA-uitkering ontvangt, heeft u recht op geheel of gedeeltelijk premievrije voortzetting van uw ouderdomspensioenregeling. Dit houdt in dat afhankelijk van uw arbeidsongeschiktheidspercentage geen of minder premie hoeft te worden betaald. Het UWV (Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen) stelt uw arbeidsongeschiktheidspercentage vast. 

In de tabel hieronder ziet u voor welk percentage de opbouw premievrij wordt voorgezet bij een bepaald arbeids-ongeschiktheidspercentage.

Arbeidsongeschiktheidspercentage​ - Premievrije voortzetting opbouw

80% of meer - 100% premievrij

65 tot 80% ​- 72,5% premievrij

55 tot 65%​ - 60% premievrij

​45 tot 55%​ - 50% premievrij

​35 tot 45% ​- 40% premievrij

0 tot 35% ​- 0% premievrij

Als u bijvoorbeeld voor 50% arbeidsongeschikt bent, hoeft u 50% van de pensioenpremie niet meer te betalen. En bij bijvoorbeeld 80% arbeidsongeschiktheid hoeft u helemaal geen pensioenpremie meer te betalen, terwijl uw pensioenopbouw gewoon doorloopt.

Als u uit dienst treedt bij Sportfondsen stopt uw deelname aan de pensioenregeling, tenzij sprake is van een aansluitende VUTbz-uitkering of arbeidsongeschiktheid. Via uw werkgever wordt het pensioenfonds geïnformeerd. U hoeft dus zelf SSP niet te informeren.

De door u opgebouwde aanspraken op ouderdomspensioen blijven bij ontslag gewoon bestaan en worden premievrij gemaakt. De aanspraken op partnerpensioen en wezenpensioen komen te vervallen, behalve in het geval er uitruil plaatsvindt of u voor 2010 al deelnemer was aan de pensioenregeling van Sportfondsen. 

Let op: wanneer u van baan verandert en uw nieuwe werkgever ook bij Sportfondsen is aangesloten, dan heeft dit geen consequenties voor uw pensioen.

Voorbeeld berekening
Na precies 5 jaar gaat Laura uit dienst. Ze heeft gedurende die periode het volgende pensioen opgebouwd:
ouderdomspensioen: 5 x € 297 = € 1.485.

Berekening inclusief deeltijd factor 
Na precies 5 jaar gaat Laura uit dienst. Ze heeft gedurende die periode het volgende pensioen opgebouwd:
ouderdomspensioen: 5 x € 305x 50% = € 762,50.Het partnerpensioen en wezenpensioen worden, behalve voor deelnemers die vóór 2010 in dienst waren, niet opgebouwd en vervallen bij uitdiensttreding, tenzij uitruil is toegepast . Laura kan ervoor kiezen om de waarde van het opgebouwde pensioen mee te nemen naar haar nieuwe werkgever of om het opgebouwde pensioen bij het fonds te laten.

Het pensioen van Sportfondsen is zeer flexibel. U heeft verschillende mogelijkheden, zodat u uw pensioen goed op uw persoonlijke situatie kunt laten aansluiten:
– Wilt u eerder met pensioen?
– Wilt u een variabele pensioenuitkering?
– Wilt u ouderdomspensioen omzetten in partnerpensioen?
– Wilt u partnerpensioen omzetten in ouderdomspensioen?

Lees in de paragraaf Toeslagen en Keuzemogelijkheden meer over deze mogelijkheden. Als u gebruik maakt van een of meer van deze keuzemogelijkheden betekent dit dat de hoogte van uw ouderdomspensioen en eventueel ook van uw partnerpensioen verandert. De consequenties voor uw pensioen kunt u berekenen met behulp van de factoren die in het pensioenreglement staan.

Informatie van SSP
Zes maanden voor de pensioendatum ontvangt u van SSP informatie over uw pensionering. Aan de hand van een antwoordformulier kunt aangeven of u gebruik wilt maken van één van de hierboven genoemde keuzemogelijkheden.

Uitbetaling
De uitbetaling van uw pensioen gebeurt maandelijks achteraf op de laatste dag van de kalendermaand. SSP maakt de bedragen aan u over.

Uw eventuele ex-partner
Zodra u ouderdomspensioen gaat ontvangen, heeft uw eventuele ex-partner recht op uitbetaling van zijn of haar deel van het ouderdomspensioen dat na de scheiding is verevend (zie de paragraaf Verdeling van uw pensioen). Het pensioenfonds keert dit deel rechtstreeks uit aan uw ex-partner, mits het verzoek tot verevening is gedaan binnen 2 jaar na de scheidingsdatum. Als uw ex-partner eerder overlijdt dan u, dan maakt het pensioenfonds het volledige ouderdomspensioen weer alleen aan u over.

Wanneer uw ex-partner echter voor gekozen heeft voor omzetting van het verevende pensioen naar een ouderdomspensioen op het eigen leven, zal uw ouderdomspensioen niet wijzigen bij het overlijden van uw ex-partner.

Inhoudingen op uw pensioenuitkering
Op uw pensioenuitkering moeten nog loonheffing (belasting) en een bijdrage voor de Zorgverzekeringswet worden ingehouden. SSP houdt dit al op uw ouderdomspensioen in voordat het aan u wordt uitbetaald.

Als u komt te overlijden, dan wilt u graag dat uw nabestaanden goed verzorgd achterblijven. De overheid heeft dat gedeeltelijk voor u geregeld met de Algemene nabestaandenwet (Anw). Op basis daarvan ontvangen uw nabestaanden, als zij aan bepaalde voorwaarden voldoen, een uitkering. Meer informatie over de ANW en over de voorwaarden hiervoor vindt u op www.svb.nl

De ANW is bedoeld als vangnet voor de eerste levensbehoeften. De pensioenregeling van Sportfondsen biedt naast de uitkering van de overheid een levenslang partnerpensioen. Wanneer u overlijdt tijdens uw deelname aan de pensioenregeling, heeft u nog niet uw volledige pensioen opgebouwd. Daarom wordt in dat geval bij de berekening van het partnerpensioen uitgegaan van de diensttijd die u gehaald zou hebben als u tot de reglementaire pensioendatum in dienst was gebleven. In totaal bedraagt het jaarlijkse partnerpensioen 70% van het jaarlijkse ouderdomspensioen. 

Als u kinderen krijgt, is het niet nodig het pensioenfonds hierover te informeren. In de jaaropgave van SSP wordt inzicht gegeven in de consequenties voor uw pensioensituatie. Klik hier voor meer informatie over partnerpensioen en wezenpensioen.

Als u in deeltijd werkt of gaat werken heeft dat invloed op uw pensioenopbouw. Bij het werken in deeltijd wordt eerst de pensioengrondslag berekend alsof u volledig werkt. Vervolgens wordt elk deelnemingsjaar vermenigvuldigd met uw gemiddelde deeltijdfactor van dat jaar. De deeltijdfactor is de verhouding tussen het aantal uren dat u per week werkt en de volledige arbeidstijd.