Keuzemogelijkheden

Keuzenmogelijkheden bij uw pensioen

​Het pensioen van Sportfondsen is zeer flexibel. U heeft verschillende keuzemogelijkheden, zodat u uw pensioen goed op uw persoonlijke situatie kunt laten aansluiten:

  • Wilt u eerder of later met pensioen?
  • Wilt u een variabele pensioenuitkering?
  • Wilt u ouderdomspensioen omzetten in partnerpensioen?
  • Wilt u partnerpensioen omzetten in ouderdomspensioen?

Eerder of later met pensioen?
In principe staat de leeftijd waarop u met ouderdomspensioen gaat vast op de in de pensioenregeling vastgestelde pensioendatum. U kunt bij het pensioenfonds wel een verzoek indienen voor het eerder of later in laten gaan van uw ouderdomspensioen. Het eerste moment waarop u met pensioen kunt, is wanneer u 55 jaar wordt, het laatste wanneer u 70 wordt. Als u uw pensioen eerder in laat gaan, betekent dat wel dat uw jaarlijkse pensioenuitkering lager is. Dit komt doordat het pensioen dan uitgekeerd moet worden over een langere periode en u minder pensioen heeft opgebouwd. Als u later met pensioen gaat wordt uw jaarlijkse pensioenuitkering hoger. Hoeveel pensioen dat exact scheelt, stelt het pensioenfondsbestuur periodiek vast.

Variabele pensioenuitkering
Het is ook mogelijk om te kiezen voor een variabele pensioenuitkering in plaats van de opgebouwde gelijkblijvende pensioenuitkering. Dat wil zeggen dat u eerst een periode een hoger pensioen en daarna een lager ouderdomspensioen kunt ontvangen. U heeft hiervoor toestemming van uw partner nodig. U kunt kiezen tussen:

  • tot de leeftijd van 65 jaar,
  • tot de leeftijd van 70 jaar of,
  • tot de leeftijd van 75 jaar een hogere uitkering gevolgd door een lagere uitkering

Hierbij geldt dat de lagere uitkering 75% van de hogere uitkering is. Het bestuur stelt periodiek de omruilfactoren vast.

Overigens wijzigt de hoogte van het partnerpensioen, dat is verkregen door uitruil of tot 2010 is opgebouwd, niet door de variatie in uitkering van ouderdomspensioen.

Omzetting van ouderdomspensioen in nabestaandenpensioen
Bij beëindiging van de dienstbetrekking en op de pensioendatum kunt u een deel van de waarde van uw ouderdomspensioen gebruiken om een partnerpensioen te verkrijgen. Na het omzetten ervan houdt u dan wel een lager ouderdomspensioen over. Het totale partnerpensioen kan na omzetting niet hoger zijn dan 70% van het ouderdomspensioen.

Omzetting van partnerpensioen in ouderdomspensioen
Was u voor 2010 al deelnemer aan de pensioenregeling van Sportfondsen? Dan heeft u in principe een partnerpensioen opgebouwd. Ook is het mogelijk dat u bij beëindiging van het dienstverband een aanspraak op partnerpensioen heeft verworven door het omzetten van ouderdomspensioen, zoals hierboven omschreven. Op de pensioendatum kunt u er dan voor kiezen om uw opgebouwde partnerpensioen geheel of gedeeltelijk om te zetten naar ouderdomspensioen. Na deze omzetting houdt u een lager of geen partnerpensioen over. Dit is een blijvende aanpassing die niet kan worden teruggedraaid. De omzetting heet uitruil en hiervoor heeft u toestemming van uw partner nodig. Het bestuur stelt periodiek de uitruilfactoren vast.